Judo lessen worden verzorgt door Jayra Sport. Hieronder wat informatie over de ontwikkeling van Judo en de sport voor kinderen. Details kunt u vinden op de website van Jayra Sport.
Judo is natuurlijk een sport, maar ook een spel. Je kunt het spelen
om het spel of om de prestatie. Dus spelen of strijden. Tijdens het
spelen is men ongedwongen, risicoloos bezig. Er staat niets op het
spel. Je kunt dit spelen ook stoeien noemen. Tijdens het strijden
is er de spanning van de puntentelling. Dat kan in de les, maar natuurlijk
uitdrukkelijker tijdens de wedstrijden. Judo is een sportief spel
van aanval en verdediging tussen twee personen. De aanvaller wil in
balans blijven en verstoort de balans van de tegenstander(verdediger)
om hem te werpen, terwijl de verdediger zijn balans wil behouden.
Op de grond wil de aanvaller de ander onder controle brengen en houden
en de verdediger wil deze controle voorkomen of zich daaruit bevrijden.
Dit spel is dus dynamisch en de rol van de aanvaller en verdediger
wisselt steeds. Kinderen zeggen voor het gemak: "Judo is stoeien
met regeltjes." Voor het jeugdjudo vermijden wij bewust woorden
als "vechten en strijden", omdat deze woorden ongemerkt
een negatieve klank hebben en aan agressie doen denken. We hebben
om te presteren wel agressie nodig, maar deze wordt op een beheerste
manier gebruikt. Bij onze vereniging staat de zorg voor elkaar centraal
en daar kan men getuige van zijn door bij onze judolessen te observeren
en ook door het wedstrijdreglement open te slaan. Judo heeft daarom
een zeer goed ontwikkelde "fair-play" stijl.
Rond
1880 zocht Jigiro Kano de beste zelfverdedigingsmethode. Hij bestudeerde
verschillende bestaande gevechtssporten, waaronder ook het ju jutsu
(= zelfverdediging). Iedere school had zijn specifieke methoden. Kano
ontdekte dat de meeste methoden te veel gericht waren op het volledig
uitschakelen van de tegenstander. Uiteindelijk kwam hij tot een eigen
systeem dat hij judo noemde, hetgeen de zachte weg betekent. Hij koos
deze naam om een duidelijk onderscheid te maken met het harde jutsu.
Het hoofddoel van zijn judo was: samenwerken aan een harmonische ontwikkeling
van geest en lichaam. In 1882 stichtte hij het Kodokan Judo Instituut
te Tokyo, hetgeen nu nog de standaard is in Japan.
Na de tweede wereldoorlog raakte dat judo populair, dankzij het
feit dat deze gevechtssport erg geschikt was voor het leger en de
politie. Wellicht gebeurde dit ten koste van de geestelijke vorming.
Het klassieke judo - beoefend in de eerbiedigwaardige tempelruimte
(= de dojo) - werd aan het publiek voorgesteld met zowel technische-
als ceremoniële beperkingen. Meer bepaald kwamen er verbodsregels
in: nekklemmen, beenklemmen, slagen of steken naar het hoofd. De invoering
van de gewichtsklassen en de duidelijk afgebakende wedstrijdruimten
gaven een eerlijker beeld van het behaalde resultaat. De mythe van
de lichte man die de zware werpt, kreeg hierdoor wel een fikse deuk.
Sinds 1964 is judo als Olympische discipline aanvaard (sinds 1992
ook voor vrouwen) en heeft zijn populariteit een enorme vlucht genomen.